Voorbeeld Vragen

De olympiade zal bestaan uit een aantal open en meerkeuze vragen die verschillende takken van de sterrenkunde behandelen. Hieronder staan een aantal voorbeelden van voorgaande jaren om je alvast een idee te geven van wat je kan verwachten.

1) Als sterrenkundigen met een optische telescoop naar het centrum van ons Melkwegstelsel kijken zien ze veel minder sterren dan als ze met een infraroodtelescoop waarnemen. Waarom is dat zo?

  • In de zichtlijn naar het centrum van de Melkweg bevindt zich heel veel stof waar het optische licht niet doorheen komt
  • Infraroodtelescopen zijn veel gevoeliger dan optische telescopen
  • De sterren daar zijn veel helderder in het infrarood dan in het optisch
  • Het zwarte gat in het centrum van de Melkweg neemt al het optische licht weg, maar niet het infrarode licht


2)Waarom twinkelen sterren?

  • Omdat de kernfusieprocessen in sterren instabiel zijn
  • Door trillende pakketjes warme en koude lucht in de aardatmosfeer
  • Door absorptie van sterlicht in de ozonlaag
  • Omdat het vocht in je ogen voor glinsteringen zorg


3) De manen van Saturnus

Janus en Epimetheus zijn manen die in cirkelbanen rond Saturnus bewegen. Het verschil in de straal van hun cirkelbanen is 50 km. De binnenste maan zal volgens de derde Keplerwet een kortere om- looptijd hebben. De baanstraal van de binnenste maan is 2.51 maal de straal van Saturnus. Bereken na hoeveel omlopen de binnenste maan de buitenste inhaalt. Schrijf elke stap in je berekening op.

SPONSOREN